LINDENBAUM SCHUBERT PDF

Die Winterreise. In 12 Liedern in an almanack Urania. Taschenbuch auf das Jahr published in Leipzig in Weber died in

Author:Doukinos Akikazahn
Country:Iran
Language:English (Spanish)
Genre:Education
Published (Last):14 March 2011
Pages:57
PDF File Size:2.80 Mb
ePub File Size:12.30 Mb
ISBN:880-8-31772-886-1
Downloads:29850
Price:Free* [*Free Regsitration Required]
Uploader:Basho



Ach, ik will het jou, geliefde, Graag bekennen, ach, ik smacht Naar een felle noordenwind Die wervelend witte sneeuw plots bracht; En dat wij met een bontmuts op In een vrolijke arrenslede Over land en water gleden. Als ontmoetingsplek tijdens het waterhalen en voor avondlijke gesprekken of als vergaderplaats vormt het het kloppende hart van een dorp of stad. Als het overdag heel warm was liep het koningskind het bos in en ging aan de rand van de koele put zitten. Het gaat hierbij om een langere trektocht te voet zonder doel of eindpunt.

Daarbij werd de kijk op realiteiten als het landschap en de sociale omgeving gekleurd door het schouwend oog van het eigen, innerlijke ik. De hoed De hoed kan als psychologisch statussymbool beschouwd worden.

Hij symboliseert de macht van de drager en is tevens een insigne dat hem bescherming verleent. Het verlies van de hoed kan een aanwijzing zijn voor het verlies van de machtspositie in de maatschappij. Het verlies van de hoed in Die Winterreise bij het verlaten van de stad kun je zien als "analogie voor de burger die de burgerstand de rug toekeert".

Het dragen van een zogenaamde Heckerhut betekende ook na de napoleontische oorlogen een adhesiebetuiging tot een burgerlijk-democratische instelling die toentertijd revolutionair was. Schuberts lied[ bewerken brontekst bewerken ] Titelblad van de eerste uitgave van het eerste deel van de Winterreise januari De liedkunst van Schubert heeft invloeden ondergaan van de Erste Berliner Liederschule en van de Zuid-Duitse school Zwaben evenals van bepaalde grote voorbeelden als Beethoven Adelaide, An die ferne Geliebte , Haydn Englische Kanzonetten en Mozart Veilchen.

Maar Schuberts emancipatie van het begeleidende instrument was destijds een radicale vernieuwing binnen het lied. De piano kreeg zelfstandige motieven en begeleidingsvormen toebedeeld en kon overkoepelende verbanden laten horen.

Het lied klonk voor het eerst in Schuberts vriendenkring. We weten niet of hij dat deed vanuit zijn scheppingsproces of vanwege zijn eigen intenties met muziek en tekst. Op basis van Schuberts toonzetting van diens eerste strofe de eerste twee kwatrijnen van het gedicht omvattend schreef Silcher in Am Brunnen vor dem Tore voor vier mannenstemmen a capella. Hij koos in plaats van E—majeur Schubert voor de toonsoort F—majeur. Deze besloeg in totaal twaalf delen die in de periode van tot verschenen.

Tegenwoordig leidt zijn bewerking een op zichzelf staand bestaan, de context van de Winterreise ontbreekt dus, evenals de titel Der Lindenbaum. In welk opzicht verschillen de versies van Schubert en Silcher en in hoeverre zijn ze met elkaar in tegenspraak qua intentie en zeggingskracht?

Vergelijking van de versies door Schubert en Silcher[ bewerken brontekst bewerken ] De versies van Schubert en Silcher laten heel wat verschillen zien in formeel , melodisch , harmonisch en ritmisch opzicht. Ook de begeleiding wordt heel anders aangepakt — deels natuurlijk te wijten aan de gekozen bezetting die bij solozang en piano een andere schrijfwijze vergt dan bij een vierstemmig koor.

Verwijdering uit het verband van de cyclus[ bewerken brontekst bewerken ] Als een enkel lied uit de overkoepelende samenhang van een cyclus wordt gelicht die door de componist als zodanig is geconcipieerd, brengt dat vrijwel onherroepelijk een vermindering of minstens een verschuiving van de muzikale ervaring en inhoudelijke interpretatie met zich mee.

Onderlinge verwantschappen van motieven en toespelingen op voorafgaande of volgende delen gaan verloren evenals de relaties tussen toonsoorten en kenmerkende ritmische motieven. In de gedichten is hier en daar een ondertoon van tragische ironie niet over het hoofd te zien. Maar in de muziek wordt dit tot onverbloemde vertwijfeling. Dit werd waarschijnlijk ingegeven door de overweging dat een volkslied gemakkelijk te zingen moet zijn.

Het verlies van overkoepelende verbanden in de muziek als je een stuk uit de samenhang van zijn cyclus licht kun je juist aan de hand van Der Lindenbaum in het volgende voorbeeld heel goed waarnemen: Maat 59 in Der Lindenbaum.

Maat 1 van Wasserflut. Het melodische motief in de rechter hand van de piano in Der Lindenbaum in o. In de linker hand van Erstarrung maat 1,5,8,12, etc. De in blauw weergegeven noten tonen de melodische verschillen. Die verschillen zijn steeds op cruciale momenten in het harmonisch verloop gepositioneerd. Op deze plek zien we bij Silcher een gepunteerde achtste noot bes, een tertssprong naar de zestiende noot g, [44] en dan — in tegenstelling tot Schubert — weer een stijging naar de a.

Bij de herhaling van deze regel volgt Silcher in maat 7 echter weer het triolenpatroon van Schubert. De in blauw weergegeven noten tonen de melodische en ritmische verschillen. Nog een verschil is te zien in maat 23 Schubert. Op de woorden "zu ihm mich immer-fort" gebruikt Schubert de ingewikkeldere figuur van een gepunteerde achtste noot gevolgd door een zestiende.

Dit wordt door Silcher vereenvoudigd tot twee achtste noten — waarschijnlijk met het oog op de uitvoerbaarheid door een amateurkoor — zoals het bij Schubert aan het eind van het lied maat 73 ook klinkt.

Door deze ingreep zijn bij Silcher zijn de melodie en het ritme van alle strofes exact hetzelfde. Schubert past in elke strofe de muziek aan inhoud en sfeer van de tekst aan. De blauw gekleurde noten geven de harmonische verschillen aan Ook de harmonische verschillen zijn in aantal te verwaarlozen, maar ze zijn op markante punten binnen de liedvorm geplaatst en tonen daarmee de verschillende muzikale intenties van de twee componisten. Zie bijvoorbeeld de overgang van de eerste voor- naar nazin maat 4 bij Silcher, maat 12 bij Schubert : Schubert wisselt op de derde kwart van maat 12 van tonica E-majeur naar dominant B-majeur , Silcher blijft de hele maat op de tonica hier F-majeur , waarmee ook de volgende maat, net als bij Schubert, weer begint.

Daardoor heerst er in zijn versie twee maten lang de rust van de tonica, die door Schubert harmonisch — evenals ritmisch — onderbroken wordt. Zo zien we bij Schubert in maat 17 onder de gelijk blijvende toon van de melodie een harmonische progressie ontstaan, terwijl op de parallelle plek bij Silcher de hele maat 13 dezelfde harmonie blijft klinken. In iedere strofe herhaalt hij melodie en begeleiding letterlijk, waarbij hij genoegen neemt met het materiaal uit de eerste 24 maten van Schuberts lied.

Hoewel bij Schubert ook sprake is van drie strofes maakt hij een vierdelige indeling bij de tekst: I: kwatrijn 1 en 2 II: kwatrijn 3 en 4 III: kwatrijn 5 IV: kwatrijn 6 Alle strofes laten ritmische, harmonische en dynamische verschillen zien.

Kwatrijn 5 neemt de vorm aan van een contrasterend middengedeelte. Schubert schreef hiermee een gevarieerd strofelied dat door Silcher teruggebracht werd tot een eenvoudig strofelied. Harry Goldschmidt herkent in Schuberts lied zelfs een versmelting van strofelied en principes van de sonatevorm. Het tussengedeelte van Schubert op de tekst van het 5e kwatrijn is geheel anders van karakter.

Deel I Hoewel de begeleiding in de eerste strofe bestaande uit kwatrijn 1 en 2 van de tekst overwegend overeenkomsten vertoont, zijn er op details wel verschillen te bespeuren. De begeleiding is bij beiden gebaseerd op drieklanken, soms septiemakkoorden, die ritmisch parallel met de melodie lopen.

Schubert gunt de piano wat meer ritmische en harmonische zelfstandigheid dan Silcher de alt -, tenor - en basstemmen van het vermoedelijk beoogde amateurkoor. Dit verschil wordt bijvoorbeeld in maat 12 bij Schubert maat 4 bij Silcher zichtbaar. Deel II In dit deel kunnen we ook zonder enige theoretische analyse het verschil gemakkelijk horen.

Bij Silcher krijgen we een letterlijke muzikale herhaling van deel I, Schubert varieert vooral in de begeleiding waarin hij een nieuw triolenmotief introduceert. Maar het opvallendste verschil is dat hij dit deel pianovoorspel en het derde kwatrijn van de tekst in e-mineur zet in plaats van in E-majeur zoals bij de eerste keer.

Het in deel I beschreven verleden geeft hij vorm in majeur, terwijl het heden in mineur wordt gehouden. Je kunt dit deel ook opvatten als een kruising tussen variatie en doorwerking. Hij blijft in majeur en mijdt het mineur uit het tweede deel, maar laat wel de begeleiding met het triolenfiguur daaruit terugkomen.

Toch zorgt het terugkeren van dezelfde elementen niet voor eenzelfde muzikaal effect. We zien dit ook bij Schumann , Brahms of Grieg. Gladgestreken tot argeloze schoonheid verliest het lied volgens hem de diepte die het in zijn originele versie bezit. Der Lindenbaum is veelvuldig bewerkt en als geliefd stuk in het repertoire van zangverenigingen opgenomen.

Daarbij moest de ambivalente grondhouding van het stuk vaak plaats maken voor een bagatelliserende romantisering. Protagonist Hans Castorp beluistert het lied vol overgave in het hoofdstuk Een en al welluidendheid, om aan het eind van het boek in De donderslag met het lied op de lippen het slagveld op te trekken.

Der Lindenbaum wordt het symbool van zijn zeven zorgeloze jaren in het sanatorium Berghof. In Thomas Manns Doktor Faustus wordt het lied indirect geciteerd. Onder de titel Am Brunnen vor dem Tore maakte Kurt Ulrich een Heimatfilm, waarin een herberg zijn naam aan de titel van het lied ontleent. Naast componisten hebben ook letterkundigen, dramaturgen en beeldende kunstenaars zich intensief met Die Winterreise beziggehouden.

Alle stemregisters van sopraan tot bas zijn hierbij vertegenwoordigd. Verder bestaan er ook transcripties voor driestemmig koor zoals die van Stinia Zijderlaan voor twee sopraanstemmen en een alt. Er zijn bovendien veel min of meer bekende bewerkingen van het lied voor diverse instrumenten gemaakt.

Frans Liszt schreef een bewerking voor piano die veel tot de popularisering van het lied en de gehele cyclus heeft bijgedragen. Verder bestaan er ontelbare opnames in andere instrumentale bezettingen. Daarin wordt de zangstem door viool, altviool cello, trombone, clarinet of fagot [60] gespeeld met een begeleiding van bijvoorbeeld strijkorkest, pianotrio Emmy Bettendorf of gitaar. Commercialisering en popcultuur[ bewerken brontekst bewerken ] Ook in het populair-klassieke segment zijn er verschillende nogal vrije transcripties te vinden zoals die van Helmut Lotti met orkestbegeleiding of die van Nana Mouskouri met piano en versterking door een instrumentaal ensemble.

Ook Herman van Veen en Mireille Mathieu hebben zich aan het lied gewaagd. Daar is ook een herdenkingsplaat met de tekst te zien. Zie de bewerkingsgeschiedenis aldaar. Interpretation eines Liedes. Wiener Vorlesungen im Rathaus, nr. Elmar Budde, Schuberts Liederzyklen. ISBN Frankfurt , ISBN In: Kurt von Fischer: Essays in musicology.

New York , pag. Verlag der Musikalienhandlung Wagner, Eisenach, Verlag Philipp Reclam jun. Aflevering 3, Berlin en Weimar, , pag.

Uwe Hentschel: Der Lindenbaum in der deutschen Literatur des In: Orbis Litterarum, jaargang 60 , nr. In: Willst zu meinen Liedern deine Leier drehn? Martin Zenck: Franz Schubert im Zweite Auflage, Dessau , pag. In: Arnold Feil: Franz Schubert. Stuttgart, Reclam, , S. Beck, , pag.

PASHTO BOL CHAL PDF

「菩提樹(Der Lindenbaum)/シューベルト」の歌詞対訳と解説【F.Schubert】(ドイツ語/日本語)和訳

.

FM 3 22.9 RIFLE MARKSMANSHIP PDF

Winterreise, D.911 (Schubert, Franz)

.

ALMEN SE NON POSS IO PDF

Am Brunnen vor dem Tore

.

Related Articles